Hypothecaire lening: Een lening tegen een hypothecair onderpand. (voorbeeld : Wanneer je een som geld leent voor het aanschaffen van een eigendom, geldt deze eigendom als onderpand. Er wordt rente en aflossing betaalt aan de financiële instantie die het geld uitleent.)
Effectenkrediet: Hier gaat het om een lening tegen onderpand van effecten.
Doorlopend krediet: Er wordt geen vast bedrag afgesproken. Naar eigen behoefte kan geld opgenomen en afgelost worden.
Persoonlijke lening: Hier is geen onderpand voorradig, wat uiteraard meer risico inhoudt voor de geldverstrekker. Dit uit zich in een hogere rente dan bij bijvoorbeeld een hypothecaire lening.
Achtergestelde lening: Deze wordt vooral door bedrijven gebruikt. In deze formule worden eerst de overige leningen en eventuele schuldeisers afbetaald. Wederom een hoger riscio en dusdanig ook een hogere rente.
Lening bij een kennis: Bij kleinere sommen veelal zonder rente. Wanneer het over grotere bedragen gaat, zal dat meestal wel gebeuren met rente. In dat geval wordt best een sluitende overeenkomst op papier gemaakt, getekend door beide partijen.
Overbruggingskrediet: deze formule dient om een periode te overbruggen waarbij de lener in afwachting van het ontvangen van gelden reeds een andere aankoop wil uitvoeren. (voorbeeld : Verkoop van je huidige woning, waarbij het even wachten is op je centen, maar tegelijkertijd dien je een andere woning aan te kopen.) Na ontvangst van het nodige geld (eigen verkoop) wordt het krediet dan ook meteen afgelost. In vele gevallen hanteert men hiervoor een hypothecair mandaat.